Home / Geen onderdeel van een categorie / Date Column – Deel 7

Date Column - Deel 7

Aimee is 34 jaar, woont in Amsterdam en werkt als project manager bij een internationaal mediabedrijf. In December 2017 ging haar relatie van 4 jaar uit en sinds 3 maanden begeeft ze zich weer op het pad der liefde. Ditmaal met behulp van matchmaking bureau DTNG. Aimee heeft haar zinnen gezet op een grote liefde. Ze zoekt een man met serieuze intenties om oud mee te worden. In een klein boerderijtje vlak buiten Amsterdam en het liefst met een stuk of wat kinderen of dieren. Voor DTNG. houdt ze de komende 3 maanden elke week een dagboek bij over haar belevenissen in de wondere wereld van het daten via een matchmaker.

#woensdagikbenzo’noensdag

Pim wrijft een paar keer over zijn stoppelbaardje, terwijl ik voor de honderdste keer mijn haren los trek om ze in een nóg betere paardenstaart te modelleren. We zitten tegenover elkaar in een eetcafé om de hoek van zijn kantoor en vanaf het moment dat hij een cola bestelde in plaats van een biertje weet ik dat deze afspraak niet wordt wat ik er nog van had gehoopt. We kletsen een beetje over het afgelopen weekend (waarbij hij overigens met geen woord rept over mijn dronkenmanspraat over de app) en heel even heb ik nog de ijdele hoop dat het wel goedkomt. Tot hij me plots heel lang aankijkt. ‘Ik denk dat we er beter mee kunnen stoppen Aimee.’ Pats. Hoewel ik dit diep van binnen vast al lang wist, komt het toch nog zo out of the blue dat het voelt alsof ik een onverwachte klap in mijn gezicht krijg. Nu al? Hier was ik (nog) niet op voorbereid. Vooral de manier waarop hij mijn naam uitspreekt, maakt dat ik me heel erg klein en onnozel voel. Hij is dus toch afgeknapt. Op mijn dronken, onbeholpen, loslippige ik. Waar mijn laatste verkering juist zo gek op was. Opeens mis ik mijn ex.  

‘Oh,’ stamel ik dan weinig gevat en een hevige buikpijn komt opzetten. ‘Ik merk dat ik onze dates gezellig vindt. En jou ook. Je bent heel mooi en lief. Toch voel ik denk ik niet genoeg om hiermee verder te gaan. Er mist iets.’ Ja jouw wil om elkaar vaker te zien, denk ik, terwijl ik deze volgende hoekslag probeerde te verwerken en hem ademloos aan kijk. ‘Ik merk dat ik niet de behoefte heb om je de hele tijd te zien.’ Ouch. Dat hoeft toch helemaal niet, tettert het dan weer in mijn binnenste. In mijn hoofd heerst complete chaos. Voor mijn gevoel zijn we pas net begonnen met daten, maar blijkbaar is hij er al helemaal uit voor zichzelf. En ik heb nog niet eens echt kunnen laten zien hoe leuk ik wel niet ben. We hebben elkaar amper gezien. Wat mist hij dan precies? Zoveel vragen. In plaats daarvan knik ik bedeesd en neem een slok van mijn ginger ale.

#donderallemaalmaaropdag

‘Wat jammer!’ Ik heb Marie-Jose aan de lijn en haar zojuist de details van mijn geflopte ontmoeting met Pim van gisteravond uit de doeken gedaan. Gek genoeg kalmeer ik een beetje. Ik voel me al zo’n 20 uur hysterisch slecht en heb vanwege een bomvolle dag op werk mijn hart nog bij niemand kunnen luchten. Gisteravond heb ik als een haast hopeloze masochist mijn rendez-vous met Pim nog zo lang mogelijk gerekt, waardoor ik pas laat thuis was en me vandaag in de maling voel genomen, door mezelf. Wat deed ik daar nog zo lang? Ik had na de eerste cola op moeten staan. Wilde ik hem soms ompraten? Bewijzen dat ik wel de moeite waard ben? Bij het afscheid kón het niet duidelijker. Op het kruispunt waar hij naar links moest en ik naar rechts, bleef hij gewoon doorfietsen in plaats van af te stappen, terwijl hij me tegelijkertijd een soort van salueerde en in het donker verdween. Ik heb er de hele nacht niet van kunnen slapen. ‘Als je terugkijkt op je dates met hem, heb je dan het gevoel dat hij jou zag of mocht zien zoals je bent?’ vraagt Marie-Jose. ‘En was dat een versie van jezelf die je goed beviel?’ Ons gesprek houdt me nog de hele avond in mijn greep. Op papier leek Pim een uitstekende match en tijdens onze dates hadden we ook genoeg om over te praten. Net als dat we stiekem best veel dezelfde mensen kenden of elkaar zonder het te weten vast wel eens hebben gezien op een feestje. Maar of hij echt dé match was voor mij? Geen idee. Voor mijn gevoel heb ik veel te weinig tijd van hem gekregen en me in die korte periode alleen maar druk gemaakt om ons contact. Vind ik Pim leuk, omdat hij zo goed in mijn leven zou passen? Of omdat hij bij míj past? Misschien was er wel gewoon veel herkenning tussen ons vanwege eenzelfde achtergrond, bedenk ik me even later als ik in bed lig. Wat haalde hij eigenlijk in mij naar boven? Buiten die onzekere droef toeter, die de hele week op een bericht zat te wachten. Misschien was Pim de eerste die me weer een beetje speciaal liet voelen met zijn aandacht, maar speelde het idee dat ik blij van hem werd zich grotendeels af in mijn fantasie. In werkelijkheid kan ik vast nóg blijer worden. Van iemand anders. En met die gedachte val ik eindelijk in slaap.