Date Column - Deel 3 - DTNG

Date Column – Deel 3

Margriet Keller | vrijdag 07 september 2018

Aimee is 34 jaar, woont in Amsterdam en werkt als project manager bij een internationaal mediabedrijf. In December 2017 ging haar relatie van 4 jaar uit en sinds 3 maanden begeeft ze zich weer op het pad der liefde. Ditmaal met behulp van matchmaking bureau DTNG. Aimee heeft haar zinnen gezet op een grote liefde. Ze zoekt een man met serieuze intenties om oud mee te worden. In een klein boerderijtje vlak buiten Amsterdam en het liefst met een stuk of wat kinderen of dieren. Voor DTNG. houdt ze de komende 3 maanden elke week een dagboek bij over haar belevenissen in de wondere wereld van het daten via een matchmaker.

#maandagwatishaarnaamdag

Ik zak door mijn knieën en probeer nog één keer met volle kracht omhoog te komen. Mijn bovenbenen branden en trillen tegelijk. Ik lach door mijn zweetdruppels (of zijn het tranen?) naar Ray, mijn personal trainer. Na afloop geeft hij me een high five, die al vlug overgaat in een laffe en zwaar ongemakkelijke handdruk, omdat het me niet lukt mijn arm nog een laatste keer op te tillen. ‘Hi Ray, aangenaam, ik ben Aimee. Een topatleet van halverwege de dertig, die maandagochtend voor dag en dauw anderhalf uur gaat sporten op twee espresso om weer terug “in haar kracht” te komen. Allemaal omdat ze twee dates met een ravissante rampetamp heeft gehad, die foto’s van een mannequin aan zijn muur heeft hangen’, denk ik.

#eenuurlateraanhetgemberwater

Niet veel later zit ik fris gedoucht en kwiek aan een gemberthee op het terras naast de sportschool. Tenminste, zo lijkt het als je op dat moment langs me zou lopen. Zoals Ray even daarvoor ook deed, waarbij hij vrolijk naar me zwaaide, terwijl hij maar op dertig centimeter afstand stond en ik dus enigszins opgelaten terug zwaaide. Allemaal schijn. Het liefst gooi ik nu een tic in mijn thee om me te bezatten en dat zenuwachtige gevoel, dat al 24 uur door mijn lijf raast, te stoppen. Ik check voor de honderdste keer mijn telefoon. Niets. Paniek, afgewisseld met: Waarom ben je zo onrustig? Er is niks aan de hand, je hebt níks fout gedaan. Dan herhaal ik in mijn hoofd nog maar een keer het briefje, dat ik in het holst van de nacht op de keukentafel van Pim, mijn DTNG. date, achterliet, voordat ik uit zijn huis sneakte, omdat ik niet kon slapen.

‘Je lag nog zo lief te slapen dus ik heb je laten liggen. Het was een heerlijke avond. Je bent echt leuk!.’ Zie je, niks aan het handje. Prima briefje. Ik had het niet moeten doen. Zo erg is het niet. Het is vreselijk. Het is juist lief. Wat heb je gedáán. Je mag best laten weten dat je hem leuk vindt. Nee, een man moet jagen. Goed dat je jezelf kwetsbaar hebt opgesteld. Twéé dates en jij laat je al kennen. Waarom stuurt hij niks? Omdat hij je niet leuk vindt. Dat kan niet. Dan trilt mijn telefoon op tafel. Mijn hart maakt een sprongetje. Daar zal je hem hebben!

‘Hee lieverd. Alles goed? Ik hoor zo weinig van je. Papa is morgen in Amsterdam voor een etentje met zijn oude werk en ik breng hem, zullen we samen een hapje eten? Mama.

#dinsdagikbeneenGodinsdag

Ik zit tegenover mijn moeder aan een kleurige oranje Aperol Spritz, die perfect bij haar allergische reactie op het verven van haar wenkbrauwen kleurt. Ik heb moeite met het volgen van haar verhaal. Ik had gedacht dat ik na een verrassend goede nacht slaap (ik lag er al om half 9 in) wel wat kalmer zou zijn vandaag, maar niets is minder waar. Gelukkig lag er een werkdag bomvol afspraken voor me, waardoor ik flink werd afgeleid. Waarom maak ik me toch zo druk om een jongen die ik twee keer heb gezien? Na het eten ga ik Marie-Jose bellen. Zij kwam de vorige keer per slot van rekening ook met goed nieuws. De eerste slokken Aperol beginnen hun werk te doen. Ik ontspan wat en besluit me op het gesprek met mijn moeder te concentreren. ‘En hoe was de parade met Eva?’ vraagt ze stralend. Pim denk ik, terwijl er iets in mijn buik samentrekt door zijn naam. Nog leuk gekletst met…leuke andere mensen?’ en ik weet dat ze jongens bedoeld, omdat ze haar oranje wenkbrauwen een beetje optrekt. ‘Niet echt,’ zucht ik. Ik voel dat ik moe ben van al het malen. ‘Ik ben op tijd naar huis gegaan, want ik was moe,’ probeer ik het onderwerp, dat me al zo’n dag of twee in mijn greep houdt te omzeilen. ‘Je ziet er ook moe uit schat.’ Dank je. ‘Slaap je wel genoeg? Niet teveel groene thee drinken ’s avonds, dat schijnt hetzelfde effect te hebben als koffie.’ Ik houd heel veel van mijn moeder, maar je hart luchten bij haar in een onbewaakt moment is soms net zo riskant als je hele arsenaal aan toonladders eruit gooien op een geëscaleerde karaoke avond met werk. Je krijgt het daarna nog járen te horen. Als ze na het eten in de auto stapt, geeft ze me een dikke knuffel, waardoor ik plots bijna moet huilen. Wat is er toch met me? Het ene moment ben ik te uitgeblust om een gesprek met haar te onderhouden, dan mag ze weer niet weg. Niet veel later op de fiets verschijnt er een berichtje in mijn scherm: ‘Hey, leuk weekend gehad?’

Mijn hart maakt een sprongetje. Ik. Heb. Een. Bericht. Van Pim. Ik voel me plots stukken lichter en minder moe. Hij leeft. En denkt aan mij! Met spanning wacht ik op de rest. Maar het blijft stil. Geen: Ik vind je ook leuk! En: Het was leuk zaterdag. Of: Wanneer zie ik je weer? Niks. Ik besluit nog even te wachten met reageren en fiets met een mengeling van opwinding en buikpijn naar huis.