Home / Geen onderdeel van een categorie / Date Column – Deel 10

Date Column - Deel 10

Aimee is 34 jaar, woont in Amsterdam en werkt als project manager bij een internationaal mediabedrijf. In December 2017 ging haar relatie van 4 jaar uit en sinds 3 maanden begeeft ze zich weer op het pad der liefde. Ditmaal met behulp van matchmaking bureau DTNG. Aimee heeft haar zinnen gezet op een grote liefde. Ze zoekt een man met serieuze intenties om oud mee te worden. In een klein boerderijtje vlak buiten Amsterdam en het liefst met een stuk of wat kinderen of dieren. Voor DTNG. houdt ze de komende 3 maanden elke week een dagboek bij over haar belevenissen in de wondere wereld van het daten via een matchmaker.

#zaterdagaanhetwaterdag

‘We hebben het gekocht!’ steekt Sophie, oud studievriendin één, uitgelaten van wal. ‘Die in Loenen aan de Vecht. Zo ónt-zet-tend mooi! Driehonderd vierkante meter, betonnen vloeren, open keuken met kookeiland, gastenverblijf met aparte badkamers, grote tuin eromheen. Geweldig niet? We zijn zo blij!’ zwijmelt ze verder.

‘Schat, wát fijn. Zó leuk voor jullie! Heerlijk die ruimte. Net als hier. We hebben het zo fantastisch. Het is geweldig groot en weids. Scheelt enorm. Oh lieverd, jullie gaan er zo van genieten. Wij zijn echt intens blij dat we die stap ooit hebben gezet,’ jubelt studievriendin twee, Annemijn, mee.

‘Ja ik verheug me er nu al op. In de weekenden lekker naar buiten met de kids. Appels plukken. We hebben zelfs een áppelboom. Net of we in het sprookjesbos wonen. Prachtig toch?’ Aangemoedigd door Annemijn zingt Sophie het inmiddels bijna uit.

‘Als wij naar het strand willen, zijn we daar gewoon binnen een kwartier,’ walst laatstgenoemde eroverheen.

‘Wat zijn we verwend he?’ luidt dan het slotakkoord van Sophie.

‘Nou, dat zeiden we vanochtend nog tegen elkaar, we missen de stad echt voor geen meter,’ besluit ook Annemijn met een toegift.

Ik doe alsof ik die laatste opmerking niet hoor en trek verwoed aan de mouwen van mijn trui in een poging ze onder mijn jasje vandaan te halen. We zitten met zijn drieën in de zaa-lige tuin van Annemijn. Ik kijk naar de mannen, die een eindje verderop staan, gebogen over een BBQ met ieder een biertje in de hand. Zij wel. Naast ons veren er twee peuters en een kleuter op de trampoline en boven liggen twee baby’s zoet te slapen, zie ik op de bewegingsmonitor van het HD babyfoonscherm vóór me. Ik voel me ook een klein kind. Niet alleen omdat de oudste van Annemijn tot nu toe de enige is geweest, die me iets van een vraag heeft gesteld, (‘Woon jij alleen? Dat is gek. Waar zijn jouw kinderen en hun papa?’) maar ook omdat we blauwe feestbeesten cake van de Hema eten. Meegebracht door Sophie. Versierd met een mermaid sprinkle medley en weggespoeld met Mini Mouse limonade van het Kruidvat. Mjamm. Heb ik daarvoor nou een uur in de trein gezeten? Ik had natuurlijk zelf ook iets mee kunnen nemen. Zoals wijn. Of bittergarnituur. Voor een gezellige borrel in de tuin. Waar ik me eigenlijk op had verheugd. Ik wil hen zo graag vertellen over mijn date met Olle. En hoe hij nu een beetje in mijn hoofd zit. Terwijl dat helemaal niet kan, want hij is eigenlijk mijn type niet. Maar de grote mensen hebben het alweer over scholen en wie ze kennen om daar de wachtlijsten te omzeilen.

‘WIJ hebben net onze eerste date gehad, waarbij we praktisch allebei hetzelfde aanhadden,’ doe ik in gedachten een duit in het zakje van het volwassenen gesprek. ‘Zo geweldig. En blijkbaar zijn we ook allebei een keer als blauwe M&M verkleed geweest met carnaval. Té toevallig toch? Straks trekken we samen dezelfde skeletten legging aan, zodat we elkaar tot op het bot kunnen leren kennen, (en waarin vast alles te zien is) want vanavond gaan wij naar een Halloweenfeestje. In die stad waar jullie een paar jaar terug nog elk weekend het licht uit deden. Zó heerlijk. Zo hemels groot. Vast net als zijn…Hou op, spreek ik mezelf dan vermanend toe. Je hebt nog niet eens gezoend.

#zoendag

Olle buigt voorzichtig voorover en zoent me zachtjes. Dat voelt goed. Veel beter dan ik dacht. Ik voel een paar kleine vlindertjes fladderen. Yes, gretig sla ik mijn armen om hem heen en woel met mijn handen door zijn haar. Dat blijkt een goede zet. Wie wist dat deze kleine jongen zo goed kon tongen, flitst het door mijn hoofd. Ik stop en kijk hem even aan. Alsof ik een uitgegumde Charlie Chaplin zie. Onwillekeurig moet ik lachen. Bespeur ik daar ook een licht spottende blik in zijn ogen? ‘Je ziet er goed uit schoonheid,’ zegt hij dan. ‘Ik heb van je genoten vanavond.’ En met een ingehouden lach stapt hij op zijn fiets. Even verderop in de straat draait hij zich nog een keer om. Ik zwaai, waarna ik hem hardop hoor lachen. Met twee sprongen tegelijk ren ik daarna de trap op naar mijn voordeur. In de spiegel van de hal zie ik voor het eerst in lange tijd die avond weer mijn gezicht. Of wat ervan over is dan. Ik lach naar mezelf. Een gesmolten Scream masker lacht terug. Het kan me niet schelen. Stiekem zie ik er idioot gelukkig uit. Is dat omdat ik heb gedronken? Of vanwege Olle? Ik verbaas me er nu al voor de tweede keer over. Normaalgesproken had ik hem al lang laten lopen. Hij is veel te klein. Met best wel flaporen. En een buikje. Maar hij is zo grappig en slim en hij heeft het knapste gezicht ooit. Met zulke mooie ogen. Kan het dan eigenlijk wel, dat ik nu een beetje op hem val? Mag het van mezelf? Ga ik al mijn eisen loslaten, lispel ik tegen mijn spiegelbeeld, en kijken wat er gebeurd? Het Halloweenfeest samen was echt heel erg leuk. De avond vlóóg voorbij. We hebben ‘doen, doen of doen’ gespeeld. Een zelfverzonnen spel waarbij je alles moet doen wat je wordt opgedragen, waardoor ik me halverwege de avond in een nogal compromitterende houding bevond, met een komkommer in mijn hand. Ik sla mijn handen voor mijn gezicht. Ik ben halverwege de dertig notabene. Dat kán toch niet. Ik lijk wel een kind. En hij dan? Als ik hem google, komt het ene na het andere zakelijke succes bovendrijven. Kan híj zich wel zo laten gaan in het weekend? Als ik een uur later in bed lig, trilt mijn telefoon.  

‘Slaap lekker zak met botten ? xx’

‘Slaap lekker botte zak ? X’