Ben jij bang voor de liefde? Zo overwin je bindingsangst

Roos van Ginkel | woensdag 02 december 2020

Maakt het woord ‘relatie’ je angstig? Ben je bang je vrijheid te verliezen én moet je er niet aan denken om samen te wonen of te trouwen? Liefde, je kunt er naar verlangen maar je kunt er ook doodsbang voor zijn. Ben jij er bang voor? Dan bestaat de kans dat je last hebt van bindingsangst. Je bent trouwens niet de enige, want ruim een kwart van de westerse bevolking heeft er last van. Maar wat is bindingsangst precies? Is het te verklaren én nog belangrijker: wat kun je er aan doen?

Bindingsangst versus gezonde twijfel

Allereerst goed om te benoemen dat er een groot verschil is tussen gezonde twijfel en bindingsangst. Gezonde twijfel heeft iedereen. Dit is iets positiefs, want het houdt ons allemaal scherp en het zorgt ervoor dat je niet eindigt in een ongelukkig huwelijk. Maar bindingsangst gaat verder. Het is in feite een diepliggende angst om jezelf te binden. Wat je uiteindelijk wil als je bindingsangst hebt, is jezelf beschermen tegen afwijzing. Daarom laat je iemand in een relatie niet echt emotioneel dichtbij komen. Je wijst het liefst zelf iemand af voordat deze persoon jou kan afwijzen. Of je houdt zoveel emotionele afstand, dat als die ander je afwijst, het je niet echt diep raakt.

De oorzaak

Vanuit de psychologie zijn er meerdere verklaringen voor bindingsangst. Een daarvan ligt meestal in de vroege jeugd. Groeide je bijvoorbeeld op in een onveilige omgeving? Kreeg je weinig liefdevolle aandacht of was je ouder fysiek of emotioneel afwezig? Dan kan dat later zorgen voor bindingsangst. Bindingsangst ontstaat dus vaak op een moment dat liefde onveilig is. Dit kan in de jeugd zijn, maar kan ook ontstaan als je volwassen bent. Als je partner bijvoorbeeld vreemd is gegaan of als iemand plotseling overlijdt. Het gevolg? Het kan zijn dat je je moeilijk kan hechten, je bang bent dat iemand je verlaat of je vertrouwt mensen moeilijk. Jouw verleden bepaalt voor een groot deel jouw beeld over latere relaties.

Kenmerken van bindingsangst

Er zijn een aantal kenmerken voor bindingsangst:

  • Jezelf openstellen vind je moeilijk.
  • Wanneer iemand te dichtbij komt, klap je dicht.
  • Je hebt een patroon van korte relaties.
  • Je vindt het moeilijk om een (langdurige) verbinding aan te gaan.
  • Je hebt moeite met het hebben van intimiteit of je schakelt je gevoelens uit tijdens seks.
  • Je bent erg kritisch naar de ander.
  • Je hebt moeite met het delen van gevoelens.
  • Je wilt niet teveel over een toekomst met een ander nadenken.
  • Je voelt je niet emotioneel verbonden met je partner.
  • Je hebt geen behoefte om je partner vaak te zien óf je wilt de ander het liefst constant zien.

Wat nu?

Om het patroon van aantrekken en afstoten te stoppen kun je een aantal dingen doen. Ten eerste is het belangrijk om de angst onder ogen te komen en er niet voor weg te rennen. Onder bindingsangst zit vaak namelijk oud verdriet waar je jezelf tegen probeert te beschermen. Als je de oorzaak weet, kun je het gaan verwerken en kijken naar de toekomst. Stel jezelf de vraag: wat zorgt er precies voor dat ik zo bang ben om me te binden? Kan ik hiervoor een verklaring vinden? In bijvoorbeeld mijn jeugd of mijn laatste relatie? De volgende stap is om dicht bij dit gevoel te komen. Schrijf eens op wat je voelt of praat er met iemand over. Tuurlijk is het voor veel mensen lastig om dit zelf te doen, daarom kan het soms ook fijn zijn professionele hulp in te schakelen. Door dit verdriet te verwerken, verandert de wond namelijk in een litteken en met een litteken kun je beter leven. Zo ontstaat er ruimte voor nieuwe liefde.